Rendement op vastgoed: waarom 4% huur maar een deel van het verhaal is

“Huur brengt 4% op van de aankoopprijs, waarom zou ik dan in stenen investeren?”

Elke keer als ik dat hoor, weet ik: die persoon begrijpt het spelletje nog niet. Vastgoed hoort voor mij thuis in elke sterke beleggingsportefeuille. En ergens begrijp ik die redenering wel. Je koopt een pand, ontvangt huur en vergelijkt die huur met de aankoopprijs. Alleen werkt vastgoed zo niet.

Wie het rendement van vastgoed uitsluitend berekent op basis van de huurinkomsten, kijkt maar naar één stukje van de puzzel. Het echte rendement zit in verschillende hefbomen die tegelijk voor je werken.

Je vermogen groeit door schuldafbouw

Je koopt een pand van €600.000, brengt €100.000 zelf in en financiert €500.000. De huurinkomsten helpen je krediet af te betalen. Als er jaarlijks €18.000 kapitaal wordt afgelost, groeit jouw vermogen met €18.000, zonder dat je dat volledig zelf moet financieren.

Je profiteert van waardestijging op het volledige pand

Stijgt het pand met 2,5%, dan creëer je €15.000 extra waarde. Die stijging bereken je op de volledige €600.000, niet op jouw eigen inbreng van €100.000. Dat betekent meteen 15% rendement op je eigen kapitaal.

Tijd en inflatie werken in je voordeel

Je huur stijgt mee met de index, terwijl je maandelijkse afbetaling gelijk blijft. Een investering die vandaag weinig cashflow oplevert, kan daardoor binnen enkele jaren een pak interessanter worden.

Je bouwt een hefboom voor je volgende investering

Door schuldafbouw en waardestijging groeit je eigen vermogen in het pand. Dat vermogen kan je later opnieuw inzetten als hefboom voor een volgende investering. Zo kan één pand de basis vormen voor een grotere vastgoedportefeuille.

En daar zit volgens mij de grote denkfout wanneer mensen zeggen dat vastgoed “maar 4%” opbrengt.

Rekenvoorbeeld: het rendement van vastgoed op €100.000 eigen inbreng

Stel dat je op €100.000 eigen inbreng in één jaar €18.000 vermogen opbouwt door schuldaflossing, en dat je pand €15.000 in waarde stijgt. Dan creëer je €33.000 extra vermogen op €100.000 eigen kapitaal. Dat is 33% rendement.

Dit voorbeeld is bewust eenvoudig gehouden. Registratierechten, notariskosten, interesten, onderhoud en belastingen zitten er niet in, en die bepalen mee wat er in jouw situatie echt overblijft.

Cashflow, schuldafbouw, waardegroei en hefboomwerking: pas als je die vier samen bekijkt, zie je wat vastgoed werkelijk voor je kan doen. Rijkdom is niet altijd zichtbaar op je bankrekening. Soms bouw je ze jaar na jaar op, steen voor steen.

Wil je weten wat vastgoed in jouw situatie oplevert? In onze audit rekenen we je vermogen en pensioen samen met jou door.

De stille belastingverhoging die bijna niemand zag aankomen

Terwijl alle aandacht de voorbije maanden naar de meerwaardebelasting ging, sloop er in alle stilte een andere fiscale maatregel door die voor veel particuliere vastgoedinvesteerders minstens even ingrijpend is.

Met de wet van 18 december 2025 wordt namelijk de federale interestaftrek voor niet-eigen woningen volledig afgeschaft vanaf aanslagjaar 2026.
Zonder overgangsregeling. Zonder uitzondering voor bestaande leningen.

Met andere woorden: wie vandaag een lening heeft lopen voor een tweede woning, verliest vanaf inkomstenjaar 2025 het recht om de betaalde interesten fiscaal af te trekken.

Wat verandert er precies?

De federale overheid schrapt vanaf aanslagjaar 2026 verschillende fiscale voordelen voor woningen die niet de eigen woning zijn.

Het gaat onder meer over:

  • de gewone interestaftrek op leningen voor een tweede woning of opbrengsteigendom;
  • de belastingvermindering voor groene leningen;
  • de vermindering voor bijkomende interesten;
  • de verhoogde vermindering voor bouwsparen;
  • de federale woonbonus voor woningen die niet langer de eigen woning zijn.

En vooral belangrijk:
de maatregel geldt ook voor bestaande leningen.

Wie dus enkele jaren geleden investeerde in vastgoed en daarbij rekende op een fiscale aftrek van de interesten, ziet die fiscale optimalisatie volledig verdwijnen.

Wie wordt hierdoor geraakt?

Opvallend genoeg zijn het niet de grote vastgoedspelers die de impact het hardst zullen voelen.

Professionele investeerders werken vaak via een vennootschap en vallen grotendeels buiten deze regeling.

De echte impact zit bij de particuliere belegger:

  • de zelfstandige met een verhuurd handelspand;
  • de ondernemer met een appartement als investering;
  • ouders die een woning kochten voor hun kinderen;
  • particulieren die investeren in vastgoed als aanvullend pensioen.

Voor veel van hen verandert de netto-rendabiliteit van hun investering plots aanzienlijk.

Wat betekent dit concreet?

Stel:

  • lening van €200.000
  • interestvoet van 2%
  • jaarlijkse interestlast van ongeveer €4.000
  • verhuurd appartement met een belastbaar onroerend inkomen van €3.500

Tot vandaag konden die interesten nog fiscaal in mindering worden gebracht.
Vanaf aanslagjaar 2026 verdwijnt die aftrek volledig.

Het gevolg?

Waar het belastbaar resultaat vroeger vaak nihil was, wordt nu het volledige onroerend inkomen opnieuw belast.

Dat kan al snel leiden tot een extra belastingfactuur van €1.500 tot €2.000 per jaar — en dat gedurende de volledige looptijd van de lening.

Waarom deze maatregel zoveel impact heeft

De grootste frustratie bij veel investeerders zit niet alleen in de afschaffing zelf, maar vooral in het ontbreken van een overgangsregeling.

Mensen die in 2023 of 2024 investeerden, deden dat op basis van de toen geldende fiscale regels.

Toch worden ook zij nu volledig getroffen.

Zelfs de Raad van State wees op het gebrek aan overgangsmaatregelen, maar de regering hield vast aan de onmiddellijke invoering om budgettaire redenen.

Wat kan u vandaag best doen?

Deze wijziging maakt het belangrijker dan ooit om vastgoedinvesteringen opnieuw strategisch te bekijken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een herberekening van de netto-rendabiliteit;
  • een evaluatie van de financieringsstructuur;
  • bekijken of investeren via een vennootschap interessanter wordt;
  • het analyseren van toekomstige vastgoedprojecten vanuit fiscaal én financieel standpunt.

Veel eigenaars van een tweede woning zijn zich vandaag nog niet bewust van deze wijziging — terwijl de impact aanzienlijk kan zijn.

Van boekhouding naar inzicht

Bij Ondernemingscoach geloven we dat fiscaliteit meer is dan enkel aangiftes verwerken.

Net in momenten zoals deze maakt proactief advies het verschil.

Heeft u een lening lopen voor een tweede woning of opbrengsteigendom?
Dan is dit hét moment om uw situatie opnieuw te laten analyseren en te bekijken welke impact deze maatregel concreet heeft op uw rendement en fiscale positie.

”Van je boekhouder verwacht je toch wat meer financieel advies?”

Wat als je boekhoudkantoor niet louter de boekhouding maar tegelijk een financiële coach is? Roel Van Uytvanghe bouwde een accountancykantoor dat bewust het klassieke model achter zich liet. De stapel facturen moet nog steeds verwerkt worden maar de echte samenwerking met ondernemers zit hem in een proactieve houding met diepgaand advies als meerwaarde en waar een real-time boekhouding een onmisbaar fundament is. Soms ook de moed om klanten te weigeren die niet in deze strategie passen.

Van je boekhouder verwacht je toch wat meer financieel advies

Hoe de meeste boekhoudkantoren werken

Elk bedrijf gaat wel eens door een moeilijk periode. De cashflow die niet meezit, personeel dat je moet laten gaan. Zoiets brengt slapeloze nachten met zich me. En ergens in die periode zit je bij je boekhouder, die al vele jaren je dossier beheert. Hij kent jou, hij kent je cijfers en van de boekhouding heb je geen klagen. Die boekhouding wordt op zich correct beheerd. En je krijgt alle antwoorden op de vragen die je stelt. Maar niemand stelt de vragen die je als ondernemer niet altijd zelf weet te formuleren. “Wat is er nu eigenlijk fout gelopen?” “En hoe pakken we het vanaf nu aan zodat zoiets veel vroeger kan worden aangepakt?” Een herkenbaar en veel voorkomend probleem dat Roel al tien jaar oplost.

Roel maakt het concreet met een beeld dat veel ondernemers zullen herkennen. ‘Eén keer per jaar, ergens rond de jaarafsluiting, zit je samen met je boekhouder. Je overloopt de cijfers, bespreekt het resultaat, en kijkt waar er nog iets te optimaliseren valt.”
Het is een aanpak die voor veel kantoren logisch gegroeid is. Je start als boekhouder, bouwt een netwerk op, de klanten komen vlot binnen en er komen medewerkers bij. En voor je het weet, draait de machine op volume. Dat is nu eenmaal het klassieke groeipad in de sector. Eén keer per jaar een afspraak om de cijfers door te nemen, en dat is voor veel ondernemers al jarenlang de norm.
Een jaarlijkse afspraak rond de afsluiting, dat is uiteraard belangrijk. Maar een ondernemer verdient meer dan één moment per jaar waarop iemand echt meekijkt. Frequenter, dieper, en altijd vanuit de vraag: waar staan we nu, en waar gaan we naartoe?”

“Trouwens, België is geen belastingparadijs. Je verloningssysteem, je financieringsstructuur, je investeringsstrategie: die moet je tot in het detail optimaliseren. Als niemand je daarin proactief begeleidt, dan is de kans groot dat het vroeg of laat eens fout loopt omdat niemand tijdig heeft ingegrepen. Of dat je jaarlijks veel meer belasting betaalt dan wat nodig is.

“Een ondernemer verdient meer dan één moment per jaar waarop iemand echt meekijkt. Frequenter, dieper, en altijd vanuit de vraag: waar staan we nu, en waar gaan we naartoe?”

Hoe het ook anders kan

Roel noemt zichzelf en zijn kantoor bewust een ondernemingscoach. Het is een term die soms wenkbrauwen doet fronsen. “Er zijn veel ondernemerscoaches,” geeft hij toe. “Maar wij zijn iets anders. Een ondernemingscoach vertrekt vanuit een real-time boekhouding. Vanuit die boekhouding geven we fiscaal, financieel en juridisch advies. Met als doel om samen met de klant ondernemend te besturen.”

Dat woordje samen is niet toevallig. Het is de kern van alles. Roel wil niet de adviseur zijn die eens per kwartaal een rapport opstuurt en wacht op vragen. Hij wil de partner zijn die aan tafel zit, meevoelt wat er leeft in het bedrijf, en proactief signaleert wat er moet gebeuren. Soms wekelijks, soms maandelijks, altijd met de cijfers als kompas én het buikgevoel van de ondernemer als gids.

“Mijn grootste drijfveer is als ik en mijn team samen met een zaakvoerder, vanuit cijfers en inzicht aanvoelen dat we ondernemende stappen aan het nemen zijn. Dat we een verschil maken.”

Real-time boekhouding is geen marketingterm, maar een dagelijkse norm

Alles begint bij de data. En bij de kwaliteit van de data. Wanneer een nieuwe klant overstapt naar Roel, begint er altijd hetzelfde ritueel. Hij kijkt naar de openstaande lijsten in de boekhouding. Klanten, leveranciers, documenten. “In negen van de tien gevallen moet ik samen met die klant vaststellen dat er facturen uit 2022 of 2023 nog openstaan. En dan schrikt die klant. Die wist dat helemaal niet. Die dacht dat zijn boekhouding correct werd uitgevoerd.”

Het is niet altijd onwil geweest bij het vorige kantoor. Het is het logische gevolg van een model gebouwd op volume. Als een boekhouder honderd of meer klanten beheert, is proactief herstelwerk eenvoudigweg niet haalbaar. En dat gebrek aan tijd vertaalt zich in blinde vlekken die de klant nooit ziet, tot hij overstapt.

Roel werkt uitsluitend met de bedrijfssoftware van Exact. Alle klanten hun boekhouding in één platform, zonder uitzonderingen. “Een van mijn kernwaarden is efficiëntie. Ik heb één platform gekozen en ben er nooit meer van afgeweken. Als een nieuwe klant overstapt en een ander boekhoudprogramma gebruikt, wordt vriendelijk maar duidelijk gevraagd om de koppeling naar Exact te maken.

De keuze voor Exact was ook strategisch. “Ik keek naar de Nederlandse markt, waar Exact tien jaar geleden al vijftig à zestig procent marktaandeel had. Dan wist ik: dit gaat hier ook de standaard worden.” En het platform doet wat hij belooft: vrijwel elke externe tool, van bonnetjesapps tot cashflowdashboards, koppelt daar naadloos mee samen.”

Met de komst van verplichte e-facturatie via Peppol merkt Roel nu al het verschil. “We moeten veel minder achter klanten aanzitten. Facturen komen gewoon via Peppol in de administratie terecht. Dat is een zegen.” De tijdswinst die dat oplevert, stopt hij niet in zijn eigen marge. Die gaat naar zijn klanten: meer gesprekken, meer advies, meer hulp.

Unknown df7caae229b4e7e1408507ad73570dd1 800.jpeg

Wat advies écht betekent

De advieslaag die Roel over de boekhouding legt, is breed. Fiscaal, financieel en juridisch. Voor het juridische werkt zijn zus mee, een fiscaal jurist die contracten opmaakt en over juridische vragen waakt. Maar de kern van wat hij zelf doet, is financieel. En dat gaat opvallend ver.

Als een ondernemer een grote investering wil doen en daarvoor naar de bank moet, zit Roel en zijn team mee aan tafel. Hij bereidt het dossier voor, vertaalt de cijfers naar banktaal en denkt mee over het type financiering. Want ook daar schuilt een valkuil die weinig ondernemers zien.

“Recent zat ik nog in een gesprek waarbij een ondernemer in het verleden richting werkkapitaal werd gestuurd, terwijl hij eigenlijk groeikapitaal nodig had. Dat zijn fouten die een onderneming jaren met zich meesleept.”

“Ik merk dat KMO’s heel vaak de verkeerde financieringsproducten aannemen. Niet altijd omdat ze te duur zijn, maar omdat ze niet passen bij wat de ondernemer eigenlijk nodig heeft. En dan zijn ze blij dat de bank ja zegt, terwijl een andere formule of zelfs een andere bank soms veel beter zou passen.

​De meeste klanten zitten minstens per kwartaal samen met het kantoor. Grotere dossiers maandelijks. Soms rijdt Roel gewoon langs op het bedrijf of doet hij een spontaan telefoontje. “Om te voelen wat er veranderd is, welke investeringen er zijn gemaakt, wat de ondernemer bezighoudt. Pas dan kun je echt meedenken.”

AI als volgende stap

De invoering van verplichte e-facturatie via Peppol is nog maar drie maanden oud, maar de impact is al voelbaar. Roel en zijn team moeten minder achter klanten aanzitten. Zo hebben ze meer tijd voor wat er écht toe doet voor hun klant en voor zichzelf. De bedrijfssoftware van Exact is daar een goed platform voor die ons veel tijd helpt besparen.

“Vanmorgen zat een collega met dertien pagina’s afschrijvingselementen die manueel moesten worden ingevoerd, omdat die uit een ander boekhoudprogramma kwamen. Dat is waanzin. Ik hoop oprecht dat AI in de toekomst een assistent voorziet waarbij je gewoon zegt: kijk, deze dertien pagina’s, verwerk die op deze manier. En dat die het vanzelf doet. Exact Online zet daar nu al op in. Ik heb daar alle vertrouwen in.

De combinatie van real-time boekhouding, externe tools die naadloos koppelen, Peppol als nieuwe infrastructuur en AI als volgende stap zijn voor Roel geen losse evoluties. Het is één beweging die zijn model steeds sterker maakt.

​Wat klanten merken als ze overstappen

Klanten die jarenlang bij een klassiek kantoor hebben gezeten en daarna bij Roel en zijn team terechtkomen, benoemen het verschil opvallend concreet. Niet “betere service” of “een fijnere samenwerking”, maar iets tastbaars: ze weten eindelijk waar ze staan. Ze hebben een actueel beeld van hun cijfers, een gesprekspartner die proactief signaleert, en een plan dat verder reikt dan het einde van het boekjaar.

“Ze staan er terug voor als zaakvoerder”, zegt Roel. “Met een richting en de middelen om die te volgen. Dat is wat het verschil maakt.”

Dat is ook precies het tegengestelde van ‘de jaarlijkse afspraak met de boekhouder’, waarbij je antwoorden krijgt op de vragen die je stelt, maar niemand de vragen stelt die je zelf nog niet weet te formuleren.

Voor Roel is de boekhouding een instrument om de toekomst van een bedrijf te sturen, en de ondernemer daarin de scherpste beslissingen te laten nemen.

Een artikel dat werd gepuliceerd door Bloovi.com

De uitholling van preferentiële dividendregimes: een trend in de Belgische fiscaliteit?

Intro

De zoektocht naar bijkomende begrotingsinkomsten is actueel een constante in het Belgische fiscale beleid. In een context van aanhoudende budgettaire druk en Europese verwachtingen inzake begrotingsdiscipline, richt de wetgever zijn blik steeds nadrukkelijker op relatief stabiele en moeilijk te ontwijken belastingbases. Waar in het verleden vaak werd gekeken naar arbeid of consumptie, lijkt de aandacht vandaag te verschuiven naar het vermogen dat binnen vennootschappen wordt opgebouwd.

In dat kader komen ook kmo’s opnieuw in het vizier. Meer bepaald worden de mechanismen waarmee winsten op een fiscaal gunstige manier kunnen worden uitgekeerd aan aandeelhouders – zoals via dividenden – onder de loep genomen. De aangekondigde aanpassingen aan onder meer het VVPRbis-stelsel en de regeling van de liquidatiereserves wijzen in dezelfde richting: een geleidelijke opwaartse druk op de fiscale behandeling van winstuitkeringen.

Hoewel het algemene tarief van de roerende voorheffing op dividenden onaangeroerd blijft, lijkt de beleidskeuze duidelijk. Niet via een expliciete tariefverhoging, maar via het inperken van gunstregimes wordt getracht bijkomende inkomsten te genereren. Deze ‘stille’ hervorming roept vragen op, niet alleen over de impact op de financiering en dividendpolitiek van kmo’s, maar ook over de voorspelbaarheid en consistentie van het fiscale kader waarin zij opereren.

Korte toelichting van beide begrippen

Om de impact van de aangekondigde hervormingen correct te kunnen inschatten, is het nuttig kort stil te staan bij twee bestaande gunstregimes die in de praktijk vaak door kmo’s worden aangewend: het VVPRbis-stelsel en de regeling van de liquidatiereserves.

1/ VVPRbis-stelsel

Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden (artikel 269 §2 WIB 1992) een verlaagd tarief op roerende voorheffing (15% in plaats van het basistarief van 30%) toepassen bij dividendenuitkeringen. Dit op voorwaarde dat er sinds 1 juli 2013 een kapitaalinbreng in geld werd gedaan.

Een bijkomende toepassingsvoorwaarde is de minimale aanhoudingsperiode van drie jaar. Dit betekent dat er pas recht is op het verlaagde tarief bij winstuitkeringen vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de inbreng, vaak de oprichting.

2/ Liquidatiereserves

De liquidatiereserve biedt kleine vennootschappen de mogelijkheid om reeds belaste winsten op een fiscaal gunstige wijze te reserveren. Bij de aanleg van deze reserve is een anticipatieve heffing van 10% verschuldigd. Nadien kan de reserve, mits naleving van een bepaalde wachttijd, worden uitgekeerd als dividend tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing, dan wel zonder bijkomende belasting bij een latere vereffening van de vennootschap.

In het kader van het federale regeerakkoord werd de wachttijd voor de uitkering van liquidatiereserves eerder dit jaar ingekort van vijf naar drie jaar. Tegelijkertijd werd het tarief van de roerende voorheffing dat na het verstrijken van deze wachttijd nog verschuldigd is, opgetrokken van 5% naar 6,5%.

Welke wijzigingen staan op de planning? 

De recente aanpassingen aan de VVPRbis-regeling en de liquidatiereserves brengen een subtiele, maar belangrijke verschuiving teweeg in de fiscale behandeling van winstuitkeringen bij kmo’s:

Voor het VVPRbis-stelsel betekent dit concreet dat het verlaagde tarief van 15% voor dividenden uit nieuwe aandelen geleidelijk wordt opgetrokken naar 18% voor uitkeringen vanaf ten vroegste 1 mei 2026. 

Maar dit heeft ook nog bijkomend volgende impact:

Door de aanpassingen aan de VVPRbis-regeling neemt de gecombineerde belastingdruk op winstuitkeringen — bestaande uit vennootschapsbelasting en roerende voorheffing — merkbaar toe. Voor dividenden die onder het VVPRbis-stelsel vallen, betekent dit dat de effectieve belastingvoet stijgt naar respectievelijk 34,40 % (in plaats van 32%) en 38,50% (in plaats van 36,25%).

VVPRbis15% RV (oud)18% RV (nieuw)
Te bestemmen boekhoudwinst boekjaar100,00100,00 
Roerende voorheffing bij uitkering   -15,00-18,00
Saldo  85,0082,00
Gecombineerde belastingdruk bij 20% VennB125,00 x 20% = 25,00 25,00 + 15,00125,00 = 32,00%25,00 + 18,00125,00 = 34,40%
Gecombineerde belastingdruk bij 25% VennB133,33 x 25% = 33,3333,33 + 15,00133,33= 36,25%33,33 + 18,00133,33= 38,50%

Bij de uitkering van liquidatiereserves loopt de totale druk ook op tot 36,25% of 38,5%, doordat zowel de anticipatieve heffing als de verhoogde roerende voorheffing na de verkorte wachttijd worden meegeteld. 

Voor nieuwe liquidatiereserves, die worden aangelegd vanaf de nog te bepalen datum van inwerkingtreding van de hervorming, zal de roerende voorheffing na de verkorte wachttijd van drie jaar stijgen van 6,5% naar 9,8%. Bij een latere uitkering in het kader van een liquidatie blijft de reserve echter volledig vrijgesteld van roerende voorheffing, zodat het belastingvoordeel bij vereffening behouden blijft.

Ook hier zien we aldus eenzelfde impact op de belastingdruk.

Reserves aangelegd vanaf 31/12/2025Uitkering meer dan 3 jaar na aanlegLiquidatiereserves 6,5% RV (oud)Liquidatiereserves 9,8% (nieuw)
Te bestemmen boekhoudwinst boekjaar100,00100,00 
Aanleg liquidatiereserve: 100 / 1,1 x 10%   -9,09-9,09
Netto liquidatiereserve  90,9190,91
Roerende voorheffing bij uitkering-5,91-8,91
Saldo85,0082,00
Gecombineerde belastingdruk bij 20% VennB125,00 x 20% = 25,00 25,00 + 15,00125,00 = 32,00%25,00 + 18,00125,00 = 34,40%
Gecombineerde belastingdruk  bij 25% VennB133,33 x 25% = 33,3333,33 + 15,00133,33= 36,25%33,33 + 18,00133,33= 38,50%

Timing

Aangezien de nieuwe programmawet pas ten vroegste in de loop van april 2026 kan worden goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, kan de daadwerkelijke inwerkingtreding van de maatregelen pas ten vroegste vanaf 1 mei 2026 plaatsvinden en evenwel onder voorbehoud dat er geen verdere vertragingen zullen plaatsvinden.

Conclusie

Deze cijfers illustreren duidelijk hoe de fiscale voordelen van deze gunstregimes geleidelijk worden beperkt en hoe de overheid extra inkomsten genereert via een combinatie van vennootschapsbelasting en dividendheffing. Door het verlagen van gunsttarieven en het verhogen van de roerende voorheffing wordt het fiscaal voordeel van winstuitkeringen geleidelijk ingeperkt. Voor kmo’s betekent dit dat de planning van dividenduitkeringen en het gebruik van reserves opnieuw kritisch moet worden bekeken. Hoewel het algemene tarief van 30% op dividenden onaangeroerd blijft en liquidatiereserves bij liquidatie fiscaal neutraal blijven, toont deze evolutie aan dat fiscale optimalisatie via gunstregimes steeds meer aan grenzen wordt onderworpen. Voor fiscalisten en ondernemers is het dan ook cruciaal om deze wijzigingen tijdig in hun strategische en financiële planning te integreren.

Meerwaardebelasting: de belangrijkste punten voor de ondernemer

De discussie over de “meerwaardebelasting” of de zogenaamde “solidariteitsbijdrage” woedt de laatste periode weer zeer hevig. De overheid kampt met een structureel begrotingstekort. In de debatten rond “fiscale rechtvaardigheid” komt steevast het verschil naar boven tussen enerzijds ‘belasting op arbeid’ en anderzijds ‘belasting op vermogen’.

De federale regering heeft in het kader van deze polemiek op 30 juni 2025 een politiek akkoord bereikt om vanaf 1 januari 2026 een algemene belasting in te voeren op meerwaarden op financiële activa (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, crypto, verzekeringen, etc.).  Het huidige wetsontwerp moet nog deels het parlementaire traject doorlopen, maar graag schetsen we in deze uiteenzetting toch al even de algemene contouren van de wijzigingen die eraan komen.

Quid?

Een meerwaardebelasting is een belasting op de winst die je maakt bij de verkoop van financiële activa, zoals daar zijn:

  • aandelen;
  • obligaties;
  • crypto;
  • beleggingsfondsen;
  • verzekeringsbeleggingen;
  • etc.

Het moet gaan om een overdracht onder bezwarende titel (vb. een verkoop). Schenkingen en overdrachten bij overlijden geven geen aanleiding tot belasting. De heffing zal weliswaar verschuldigd zijn wanneer de begiftigde of erfopvolger de meerwaarde nadien realiseert.

De belasting treft natuurlijke personen, die in België onderworpen zijn aan de personenbelasting. Enkel de volle en blote eigenaars zullen onder het toepassingsgebied vallen. Heb je enkel een vruchtgebruik op deze financiële activa, dan zal je buiten schot blijven.

Waar voorheen enkel abnormaal beheer door de fiscus geviseerd werd, is het principe van het regeerakkoord dat de meerwaarde die het gevolg is van ‘normaal beheer van het privévermogen’ (buiten de context van de beroepsactiviteit) niet langer belastingvrij zal zijn. Meerwaarde uit een beroepsactiviteit of ingevolge abnormaal beheer blijven zoals voorheen nog steeds strenger (aan 33%) belast. De bestaande wetgeving hieromtrent verandert niet.

Als belastbare grondslag zal men het verschil tussen de verkoopprijs en de waarden van de financiële activa op 31 december 2025 nemen (het zogenaamde ‘fotomoment’). Voorheen opgebouwde waardecreatie ontloopt de dans.

Belastingtarieven

In deze uiteenzetting zoomen we in concreto in op de situatie van de ondernemer die zijn aandelen wenst te verkopen. De wetgeving voorziet voor aandelen drie categorieën van meerwaarden:

  • categorie A omvat de zogenaamde ‘interne meerwaarden’. Dit zijn situaties waarin aandelen worden overgedragen aan een vennootschap waarin de overdrager – eventueel samen met familieleden – een controlerende invloed uitoefent (meer dan 50% van de stemrechten). Het gaat hier klassiek om overdrachten binnen een groepsstructuur, bijvoorbeeld: verkoop van private aandelen aan een persoonlijke holding, overdracht aan een patrimoniumvennootschap binnen een familiale structuur, reorganisatiebewegingen waarbij dezelfde persoon vóór en na de transactie de touwtjes in handen houdt. Dergelijke transacties zullen belast  worden aan een vast tarief van 33%.
  • categorie B betreft meerwaarden die gerealiseerd worden bij de overdracht van aandelen door een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in de vennootschap, wat inhoudt dat deze minstens 20% van de aandelen bezit. Deze meerwaarden genieten een gunstregime. Zij worden progressief belast aan 1,25% tot 10%, met een vrijstelling voor de eerste schijf van 1 miljoen euro, per periode van vijf jaar.
Meerwaarde                                             Tarief                                                                  
0 – 1 miljoen   Vrijgesteld (rugzak 5 jaar)
1 – 2,5 miljoen1,25%
2,5 – 5 miljoen2,5%
5 – 10 miljoen5%
> 10 miljoen10%
  • Categorie C is de restcategorie die zal gelden wanneer de meerwaarde op aandelen niet onder de andere categorieën kwalificeert. Dit betreft typisch verkoop van kleinere (minder dan 20% participaties), verkoop door investeerders die geen controle, family control of aanmerkelijk belang hebben, verkoop van beursgenoteerde aandelen zonder grote participatie. Hier geldt een vast tarief van 10% en is er slechts een jaarlijkse vrijstelling van €10.000,00 eventueel aangevuld met een overgedragen vrijstelling, tot maximaal €15.000.

Aandachtspunten voor de ondernemers

Voor zelfstandigen en KMO’s kan de voorziene belasting een belangrijke impact hebben op strategische beslissingen die ze toekomstig gaan maken.

1/ Waardebepaling

Met het oog op een toekomstige verkoop, is het interessant om de waarde van de onderneming zo hoog mogelijk te schatten op het ogenblik van het fotomoment, want dan zal de belastbare meerwaarde kleiner zijn bij de eigenlijke verkooptransactie.

De bepaling van het ‘fotomoment’ is een cruciale factor. De meest gebruikelijke forfaitaire waardering zal deze zijn van:

eigen vermogen + 4x EBITDA

Het eigen vermogen heeft een directe invloed op de waardebepaling. Bepaalde strategische keuzes die aldus kunnen wachten tot na het fotomoment (lees 31 december 2025), worden dus beter uitgesteld tot daarna. Denk maar aan dividendenuitkeringen, uitkeringen van liquidatiereserves of VVPR-bis-reserves, inkoop van eigen aandelen, kapitaalverminderingen, edm, die ervoor zorgen dat het eigen vermogen daalt. Het is aldus meer aangewezen om het eigen vermogen van de onderneming maximaal te behouden tot eind 2025.

Afwijkingen op voormelde forfaitaire waardering zijn echter mogelijk, maar dienen gemotiveerd te worden in een waarderingsrapport van een revisor en/of gecertificeerd accountant, ten laatste op 31 december 2027.

2/ Successie- en vermogensplanning afgestemd op categorisering

Een tweede aandachtspunt is toch wel het wezenlijke verschil in belastbaarheid van de verschillende voormelde categorieën.

Zeker bij een mogelijke intrafamiliale verkoop van aandelen, wordt de structuur best nog eens onder de loep genomen in het kader van deze wijzigingen.

Te denken valt aan de veel voorkomende situatie waarbij de kinderen een holding oprichten om de aandelen van hun ouders te kopen. Indien de ouders in die holding opnieuw, al is het maar een klein percentage, gaan participeren, kan dat voor de fiscus voldoende zijn om dit te gaan beschouwen als een “overdracht binnen controlekring”, met als gevolg dat deze constructie wordt gecategoriseerd als de realisatie van een interne meerwaarde. Dit maakt op belastingniveau een zeer aanzienlijk verschil.

Een goede planning is eens te meer de beste strategische keuze voor de ondernemer met het oog op de nakende wijzigingen in het ondernemerslandschap!

Nieuwe regels rond liquidatiereserves vanaf 29 juli 2025: Wat verandert er?

Voor vennootschappen die gebruik maken van het systeem van liquidatiereserves, komt er een belangrijke wijziging aan. De Belgische fiscus voert vanaf 29 juli 2025 nieuwe spelregels in die een impact kunnen hebben op je dividendbeleid. We zetten de wijzigingen voor jou op een rij.

Snellere uitkering mogelijk vanaf 2025

Goed nieuws voor wie sneller wil beschikken over opgebouwde liquidatiereserves:
Vanaf 29 juli 2025 is het mogelijk om een uitkering te doen na slechts 3 jaar, in plaats van de klassieke wachttijd van 5 jaar.

Voorwaarde: je betaalt dan een iets hogere roerende voorheffing van 6,5% i.p.v. 5%.

Concreet:
Liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigden op 31/12/2020 en 31/12/2021 komen hierdoor meteen in aanmerking voor deze snellere uitkering aan 6,5%.

Deadline: 31 december 2025

Wil je nog profiteren van het klassieke gunstregime (uitkering na 5 jaar aan slechts 5% roerende voorheffing)?

Dan is het cruciaal dat je vóór 31/12/2025 nog liquidatiereserves aanlegt.

Reserves die je aanlegt tot en met die datum blijven onder het oude regime vallen.

Nieuwe regels vanaf 2026

Voor liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 gelden nieuwe voorwaarden:

  • 6,5% roerende voorheffing bij uitkering na 3 jaar
  • 30% roerende voorheffing bij vroegere uitkering

Hiermee moedigt de overheid aan om reserves minstens drie jaar aan te houden, maar aan een iets hoger tarief dan voorheen.

Belangrijk: wat bij liquidatie?

Bij een daadwerkelijke liquidatie van de vennootschap blijft de uitkering van de liquidatiereserve nog steeds volledig vrijgesteld van roerende voorheffing.

Meet the team – Meet Fien

Hoelang werk je al bij Ondernemingscoach?

Ik ben sinds 2019 betrokken bij Ondernemingscoach, eerst op ‘freelance’ basis en sinds 1 januari 2022 vast in dienst.

Welke ervaring deed je al op voor je bij Ondernemingscoach startte?

Na mijn studies rechten startte ik aan de balie van Brussel als advocaat-stagiaire. Ik deed er voornamelijk ervaring op in de branche van het familie-, burgerlijk- en contractenrecht.

Na deze driejarige stageperiode besloot ik de weg van het Notariaat in te gaan. Hier heb ik 5 jaar ervaring opgedaan op het vlak van familie- en successierecht.

Hoe ben je bij Ondernemingscoach terecht gekomen?

Toen ik merkte dat mijn enthousiasme langzamerhand uitgeblust geraakte in het Notariaat, kwam de vraag van mijn broer (zaakvoerder van Ondernemingscoach) om een eventuele samenwerking aan te gaan.  Broer en zus, fiscalist en jurist.

De praktijk leerde hem dat er maar al te veel ondernemers zijn met vragen die het fiscale vlak overstijgen en meer in mijn niche vallen. Ook is er nood aan ondersteuning bij het opstellen van juridisch gerelateerde documenten. Een leemte die hij wou opvullen. En dit is waar ik in het verhaal ben gekomen.

Hoe ziet het afgelegde parcours bij Ondernemingscoach er tot nu toe uit?

We zijn nog steeds volop bezig om dit juridische luik volledig op punt te krijgen en duidelijk te omkaderen. Het is wat zoeken geweest om goed te weten welke richting we uit wouden gaan, waar de noden van de klant lagen en waar we vooral de focus naar de toekomst toe op willen vestigen.

Dit werd bovendien ook gekruist met moeilijkheden die zich situeren in mijn privé-situatie, waardoor mijn beschikbaarheid tijdelijk ook beperkter is geweest en dit de rem heeft gezet op de groei en uitbouw van dit project.

Maar ondertussen zijn er zeker mooie zaken gerealiseerd geweest en heb ik de klant kunnen helpen met allerhande juridische vragen en problemen.

Wat vind je het leukste aan je job?

De klant kunnen helpen in zijn of haar verhaal. Een (startende) ondernemer heeft veel aan zijn hoofd. De wet- en regelgeving is dermate complex en maakt het de ondernemers, die één voor één in een risicovol verhaal stappen of zitten, niet gemakkelijk.  Het liefst van al is de ondernemer bezig met zijn ‘core business’ en zo min mogelijk met alle formaliteiten daarrond. Wanneer ik dan een deeltje van deze last kan overnemen, door hem juridische zekerheid te voorzien of hem kan begeleiden bij juridische vraagstukken, geeft dit zeker de nodige voldoening. 

Wat zijn voor jou de volgende stappen binnen Ondernemingscoach?

Zoals vermeld in het voorgaande punt: het juridische luik volledig op punt krijgen. Dit omvat ook starten met het geven van modules, infomomenten en opleidingen met betrekking tot juridische aangelegenheden, waarop de klanten, maar ook derden kunnen inschrijven.

Blijvende scholing en specialisatie zijn zeker ook een must.

En eens dit project goed draait, dit laten groeien!

Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt over jezelf in de laatste 4 jaar?

Dat ik veerkrachtig ben.

Good things take time! Trust the process 😊

Welke dromen heb je nog?

Op professioneel vlak doorgroeien naar een rol waar ik een team kan leiden of meer beleidsmatige rol kan spelen binnen Ondernemingscoach.

Ondernemingscoach zien uitgroeien tot een begrip binnen het fiscale landschap en hierbij mee aan de bakermat staan.

Meet the team – Meet Roel

Welke ervaring deed je al op voor je Ondernemingscoach startte?

Na het succesvol beëindigen van mijn studies heb ik enkele jaren ervaring opgedaan binnen een groot boekhoudkantoor, een nationale speler met toch wel een goede reputatie toen. Eigenlijk is mijn professionele carrière niet anders gestart dan veel andere boekhouders als ik het zo bekijk. Ik beheerde dus een reeks klanten, zoals onze dossierbeheerders dat vandaag binnen Ondernemingscoach ook doen.
En voor die klanten deed ik het boekhoudwerk van a tot z. Ook het fiscale aspect nam ik voor mijn rekening. Je moet aan die kant ook gezeten hebben, wil je de noden van kmo’s goed begrijpen.

Vanwaar kwam het idee om met Ondernemingscoach te starten?

Omdat ik zo gefrustreerd raakte in mijn job. Ik had veel klantencontacten, maar merkte dat die klanten allemaal meer verwachtten van hun boekhouder. Ik had het gevoel dat het werk dat we deden ok was, maar ook niet meer dan dat. Na verloop van tijd haalde ik er geen energie meer uit. Toen begon het idee te spelen om iets te starten wat heel wat van mijn klanten destijds nodig hadden. Hier en daar nam ik al een persoonlijk dossiertje voor mijn rekening na de uren, wat op termijn evolueerde naar een eetkamer waar je geen bord meer op tafel kon zetten. Eigenlijk zijn daar de eerste zaadjes van Ondernemingscoach geplant.

Wat vind je het leukste aan je job?

Moet ik niet lang over twijfelen: elke dag zien hoe we het toch allemaal anders aanpakken dan onze collega’s. Soms zit het in kleine dingen. Je kan een starter over de vloer krijgen die zich verwacht aan een grijze muis in een maatpak die chinees spreekt. En dan zie je die nadien vol goesting buitengaan omdat hij of zij toch meer heeft meegekregen dan wat cijfertjes. Of je ontmoet iemand die aanvankelijk op zoek is naar een boekhoudkantoor, maar wiens wereld je ziet opengaan als we vertellen over onze aanpak en onze focus op groei voor onze klanten. Een dag kan soms met kleine oogjes starten moet ik toegeven, maar een uurtje nadien kan de hemel zo opklaren als je weer eens een fijn gesprek hebt gehad met een (toekomstige) ondernemer. Verder word ik wild enthousiast als een  toekomstige ondernemer/ klant dingen bereikt waarvan iedereen zegt dat het onmogelijk is.
Een van mijn grootste klanten kreeg ooit van zijn eerste boekhouder te horen dat hij geen bvba wou oprichten omdat hij niet geloofde in zijn verhaal.

Welke zijn vandaag je grootste uitdagingen als zaakvoerder van Ondernemingscoach?

Ondertussen zijn we al 6 jaar bezig en elke mijlpaal bracht wel een challenge mee. Vandaag willen we vooral een antwoord kunnen bieden op een nieuw soort vragen die we meer en meer krijgen van onze groeiklanten. Uiteindelijk evolueren we van advieskantoor naar een groeikantoor, en daar komt wel wat bij kijken. Zeker omdat die switch gebeurt in volle groei van Ondernemingscoach. Dus  die uitdagingen zijn misschien nog nooit zo groot geweest. Neem daarbij ook nog eens onze operationele uitdagingen mee op onze zoektocht naar gemotiveerde medewerkers en je merkt dat het niet zomaar op een dienblad wordt aangereikt. Uitdagingen creëert goesting, dat maakt dat ik de laatste weken/maanden veel uitdagingen tegenkom, maar de goesting nog groter geworden is!

Wat is het belangrijkste dat je over jezelf hebt geleerd de voorbije 5 jaar?

Dat het allemaal voor mij mag vooruitgaan. Ik kan en wil niet blijven stilzitten. Ik weet van mezelf dat ik de lat altijd maar hoger leg en ik verwacht van mensen rondom mij dat ze meevolgen. Dat is niet altijd even evident. Ik heb toch ook wel geleerd dat ik af en toe eens moet afremmen. Maar liefst niet te lang. Mijn hoofd zit vol ideeën en ik kies niet graag. Maar ik besef wel dat de mensen rondom mij zich wel eens durven afvragen wanneer mijn raket eindelijk eens wat snelheid gaat minderen. Laat ons zeggen dat ik eraan werk.

Welke ondernemers bewonder je?

Ik heb er toch wel een aantal die ik sterk bewonder. Voor iemand als Willy Naessens, die geen remmen heeft en op zijn leeftijd nog gas blijft geven terwijl het niet meer moet, heb ik veel respect. En ook al ben ik Anderlecht supporter, toch heb ik veel appreciatie voor een ondernemer als Bart Verhaeghe. Die bewijst dat je als ondernemer ook een club naar een hoger niveau kan tillen. Hoe hij van een voetbalclub een succesvol bedrijf heeft gemaakt, daar kan je alleen toch maar van genieten en leren. En dan heb ik het niet eens over zijn werk in andere projecten zoals Uplace en Itinera.

Welke plannen heb je nog?

Mijn hoofd zit vol, welke moet ik eruit halen? We willen verder groeien, daarom zoeken we ook weer nieuwe gemotiveerde medewerkers. We zoeken vooral mensen die zich willen smijten. Daarnaast werk ik ook aan iets nieuws, dat eigenlijk verder gaat dan Ondernemingscoach. Er zijn wel enkele raakpunten mee. In 2023 gaat het verder vorm krijgen, ik kan wél vertellen dat er veel vraag naar is. En omdat het niet bestaat hoe ik het voor ogen heb, verwacht ik er wel veel van. En natuurlijk is het op kmo’s gericht, want dat is ons dna. Aan nieuwe plannen geen gebrek.

Welke dromen heb je nog?

Een community creëren van groeiende ondernemers die elkaar ontmoeten en elkaar helpen met ideeën uit te wisselen. Zoals ik het vaak zeg tegen ondernemers, binnen 15 jaar samenzitten aan dezelfde bureau en terugblikken met een goed glas en denken, het was allemaal niet makkelijk maar we hebben het er toch vanaf gebracht.

Laat je pensioen je geen overbodige stress bezorgen!

Als zelfstandige heb je jarenlang heel hard gewerkt. Je klopte werkdagen van 10, 12, misschien zelfs 16 uur. Je hebt dat jarenlang volgehouden. Maar wanneer je eindelijk mag denken aan afbouwen en je verdiende rust… krijg je financiële kopzorgen omdat je er niet gaat komen met je kleine pensioentje. En dan pas besef je dat je eerder had moet denken aan een pensioenplan. Ook al lijkt het allemaal veraf, zo’n pensioenplan is noodzakelijk. Vandaag al, niet morgen.

Het enige dat je wil is minstens je huidige levensstandaard verderzetten de dag dat je onbezorgd kan genieten van het leven. Maar hoeveel kapitaal heb je daarvoor nodig? En wat kan ik vandaag doen om later écht te kunnen genieten?

Je wettelijke pensioen is niet genoeg

Hoeveel je uiteindelijke pensioen zal bedragen, hangt af van je persoonlijke situatie. Je kan zelf al eens gaan kijken op MyPension. Een doorsnee zelfstandige met een gemengde loopbaan, dus een stuk als werknemer en een stuk als zelfstandige, zou volgens PensionStat moeten uitkomen op ongeveer 1.208 euro netto per maand. Ben je dit jaar gestart als zelfstandige, haal je gemiddeld 2.500 euro per maand binnen gedurende 45 jaar, dan zal je pensioen 1.500 euro per maand bedragen.

Kijk tegelijkertijd eens naar je uitgaven vandaag. 1 op 3 Belgen moet zijn spaargeld aanspreken om rond te komen. Energie kost gemiddeld al 400 euro per maand, je winkelkar kost ook een 500 euro per maand. En dan moet je alle andere kosten er nog bij tellen: telecom, water, benzine, verzekeringen, dokter, apotheker, huishoudtoestellen, herstellingen,… En wie weet ben je bij de gelukkigen die 100 jaar mogen worden, maar breng je de laatste jaren van je leven door in een woonzorgcentrum. Zo’n basisverblijf kost minstens al 1.800 euro. Onmogelijk dat je er komt met je kleine pensioentje! En daarom moet je vandaag al plannen.

Bepaal je uitgavenpatroon en doelen

Dé vraag die je je moet stellen: welk uitgavenpatroon zal ik hebben de dag dat ik op pensioen ben? En laat je vooral niet misleiden. Want de dag dat je het rustiger aan kan doen, heb je méér tijd om te reizen, om lekker te gaan eten, om met je hobby’s bezig te zijn,… Wellicht zal je moeten rekening houden met een uitgavenpatroon van om en bij de € 3.000 per maand of € 36.000 per jaar. Ga je met pensioen op 67 en heb je het geluk nog 25 jaar te leven, dan zal je € 900.000 uitgeven. Met je wettelijke pensioen financier je de helft. Maar van waar komt die overige € 450.000? En dan hebben we nog geen rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie van de kosten in de jaarlijkse indexering van je pensioen.

Laat een pensioenplan uitstippelen

Als je weet hoeveel er ongeveer zal binnenkomen en hoeveel je zal uitgeven, dan kan je ook meteen bekijken hoeveel aanvullend pensioenkapitaal je moet opbouwen. In een eerste fase kan dat via de 2de en 3de pensioenpijler. Dan spreken we enerzijds over het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), de Individuele Pensioentoezegging (IPT) en de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ). Anderzijds gaat het over fiscaal sparen met privégelden, het zogenaamde pensioensparen. Dit kan je ook aanvullen met het fiscaalvoordelige lange termijn sparen. Binnen die 2de en 3de pijler krijg je op pensioenleeftijd een kapitaal uitgekeerd, dat je kan gebruiken om in je uitgaven te voorzien.

Naast deze fiscale pensioenproducten kan je ook niet-fiscaal sparen. Beleggen in roerende goederen levert je nog altijd het meest op, maar denk ook aan een ander soort beleggingen. Een mix van beleggingen en dividenden (uit je vennootschap) brengt je vaak het meeste op.

Contacteer ons voor een pensioenanalyse

Vanuit Ondernemingscoach hebben wij uiteraard het best een zicht op je cijfers. Die cijfers, in combinatie met jouw pensioendoelstellingen, zijn de basis voor een uitgewerkte pensioenanalyse. Zo krijg je een idee waar je vandaag staat, hoe je vermogen evolueert en wat er nog nodig is om je doelstellingen te halen. Zo kan je met een gerust hart toewerken naar je welverdiende “oude dag”. Spreek erover met je ondernemingscoach!

Hoe omgaan met de huidige kostenschok? Waar maakt jouw “boekhouder 2.0.” het verschil?

Ondernemen in uitdagende tijden, evident is anders! Na de omzetcrisis door Covid, maken we actueel een kosten – en rendabiliteitscrisis door, met als voorname schuldigen: de hoge kosten voor grondstoffen, energie en lonen. Hierdoor zien veel ondernemers hun marges dalen en winsten verdampen. Hoe kunnen we als ondernemer terug ademruimte krijgen?

Het weze duidelijk dat jouw boekhouder hier een prominente rol in speelt en dit op meervoudig vlak.

In eerste instantie heeft deze zo goed als exclusief zicht op en inzicht in jouw cijfers. Kennis is één ding, maar van determinerend belang is dat hij dit ook in verstaanbare taal kan overbrengen aan jou. Want wat heb je aan een slimme boekhouder, als je het verhaal achter jouw eigen cijfers niet begrijpt?! Aan het smijten met holistische en complexe termen als solvabiliteit/liquiditeit/omzet/bruto marges en dergelijke meer heeft de ondernemer niets. Deze laatste heeft voornamelijk nood aan een schematische voorstelling, zodat hij zich visueel een beeld kan vormen over  de financiële gezondheid van zijn onderneming. .

De antwoorden op de basisvragen moeten duidelijk zijn voor de ondernemer:

  • Wat zijn echte triggers en drivers van mijn rendabiliteit en omzet?
  • Hoe mijd ik investeringen waar geen of te beperkte inkomsten tegenover staan?  
  • Welke kosten zijn noodzakelijk en welke dienen beter onder controle gehouden te worden?
  • Welke factoren zijn belangrijk voor de groei van mijn onderneming?

Een breed bedrijfseconomisch inzicht op maat is nodig om hier een klaar beeld over te krijgen. Hoe kan je anders voeling houden met de financiële realiteit van jouw zaak?

De vraag die je je moet stellen is: vult jouw boekhouder deze behoefte (genoeg) voor jou in? Als ondernemer ben je graag bezig met jouw ‘core business’ en zou je voor de fiscale en financiële kant van de zaak voluit moeten kunnen vertrouwen of terugvallen op het advies van jouw boekhouder.

We zien vandaag de dag dat de klassieke boekhouder nog steeds te vaak en te graag vasthoudt aan zijn eigen niche, wat maakt dat diens advies voornamelijk vanuit fiscaal oogpunt is ingegeven, daar waar de ondernemer eigenlijk nood heeft aan een ruimer overkoepelend advies. De visie leeft dat men voor verschillende aspecten van het advies bij verschillende instanties moet zijn (fiscaal advies bij boekhouder / successieplanning en vermogensbeheer bij notaris / financieel beheer bij de bank). Dit kan anders en zou anders moeten. En dit is waar jouw boekhouder 2.0. het verschil kan maken. Deze begrijpt de noden van de ondernemer op dat vlak en speelt hier op in. Het weze duidelijk dat niet één en dezelfde persoon achter dit omvattend advies kan zitten, maar dat hiervoor de krachten van verschillende experten dienen te worden samengebundeld onder 1 noemer. Een multidisciplinaire en pro-actieve opvolging van elk dossier.

Dit biedt het voordeel dat je je niet tot verschillende instanties dient te wenden, die elk afzonderlijk niet volkomen op de hoogte zijn van jouw situatie én wat er echt leeft in jouw bedrijf. Bovendien wordt zo het risico dat men implicaties op de andere gebieden over het hoofd ziet tot een minimum herleid en kunnen alle belangen mee in de schaal gelegd worden bij het nemen van belangrijke beslissingen.

Wij geloven met Ondernemingscoach oprecht dat dit de toekomst is en dat we hier naartoe moeten evolueren. Wij zetten hier dan ook “vollenbak” op in.  Want zeker in deze niet zo evidente tijden is een omkadering en begeleiding op een breed bedrijfseconomisch gebied een absolute must.

Ben je een bestaande of nieuwe klant?